Lezen is een wonder

0

‘In het bos stond een kabouter stil met een piepklein Kalasjnikofje , voor zo’n klein kaboutertje nog best een groot wapen. Alle kabouters om hem heen dachten angstig: ‘Holy shit, waar gaat die gast met dat…’
Kleine Maan heeft moeite met lezen; zijn oma helpt hem met zijn dyslexie.

‘Maan stop maar, dat staat er echt niet, lees het opnieuw,’ zeg ik streng tegen mijn kleinzoon, ook al ben ik benieuwd hoe het verder afloopt. Met veel moeite spelt Maan: ‘In het bos kwam de karavaan tot stilstand.’ Veel minder spannend dan de verzonnen tekst, maar in deze fase van zijn leven wordt ongebreidelde fantasie nog niet gehonoreerd. Met zijn negen jaar is Maan op het hockeyveld de bink, maar op school de sufferd van de klas. Ingewikkelde woorden schudt hij moeiteloos uit zijn mouw, maar ze lezen of schrijven blijft voorlopig een groot probleem. Zuchtend worstelt hij zich langs de regels, maar na een paar pogingen gooit hij het boek driftig in een hoek. ‘Lezen is stom,’ kreunt hij. ’Omie, ik heb dyslexie, dat weet je toch!’
‘Ja en helaas  niet van een vreemde.’ ‘Nou, dan weet je hoe rot het is.’
Kwaad pakt hij zijn stick en zijn bal en racet naar buiten. Ik kijk hem na en bedenk dat lezen voor mij ooit net zo’n grote kwelling was.

Op de lagere school moesten er regelmatig teksten worden voorgelezen en geen van mijn klasgenoten leek daar moeite mee te hebben. Als ik aan de beurt was, zat ik met bonkende slapen te zwijgen. Om mij heen werd onderdrukt gegniffeld, ik staarde wezenloos naar rondjes, steeltjes en stokjes, maar nergens rinkelde een belletje. Genadeloze stilte alom. Hoe groter de druk, hoe minder kans dat de tekst haar geheim aan mij prijs zou geven. Waarom was dit zo moeilijk? Ik wilde niets liever dan begrijpen wat er stond om het vervolgens mooi op toon voor te lezen. ‘Nou, komt er nog wat van of laten we het er maar weer bij zitten?’ zuchtte mijn meester gelaten. Aan zoveel domheid viel geen eer te behalen. In paniek verzon ik op een dag een verhaal over een meisje met een super leuke stoere oma. Dat was niet moeilijk, want bij gebrek aan grootmoeders had ik daar allerlei fantasieën over. De leuke oma woonde in een oud huis met een prachtige tuin waarin ik een tuinhuis had mogen bouwen naast de geitenstal. Iedereen luisterde ineens geboeid. Er werd om me gelachen en bewonderend naar me gekeken. ‘Dat moet je opschrijven en de volgende keer weer gewoon lezen wat er staat,’ zei mijn meester. Gelukkig gingen we daarna rekenen. Ik had mijn gezicht gered. Zelf verhalen verzinnen bleek een uitstekend alternatief voor niet kunnen lezen.
Van dyslexie had niemand in mijn jeugd nog gehoord. Er is mee te leven en het valt door veel oefening te overwinnen. De ervaring heeft mij inmiddels geleerd dat je van een zwakte je kracht kunt maken. Ik werd journalist en hoofdredacteur van verschillende tijdschriften. Kunnen lezen zal ik nooit vanzelfsprekend vinden. Het blijft voor mij een geluk om niet alleen te begrijpen, maar ook te genieten van wat er gedrukt staat.

Mijn kleinzoon heeft nog een lange, moeizame weg te gaan voordat ook hij een tekst zal kunnen doorgronden. Voor zijn ouders een hele zorg, maar als oma geniet ik vaak van zijn fantasievolle verhalen.
Leonardo Da Vinci, Mozart, Einstein, Picasso, John Lennon, Steve Jobs en Jamie Oliver hadden en hebben er last van. Dyslexie hoeft een prachtige carrière dus niet in de weg te staan; mijn kleinzoon komt er vast ook wel.

Zie www.dyslexieweb.nl.

Ingrid Kluvers
auteur van o.a. Droomtuin en En ik dan?

Plaats een reactie