Vitín

0

Het is twee uur in de middag als ik de bar van Hotel El Clavo binnenloop. Mijn ogen moeten even wennen aan het schaarse witte licht. Hier binnen merk je niets van buiten. Er zijn geen ramen. En dat is ook niet nodig om een goede omzet te draaien. Daar zorgen de mooie wijnen en Extremeño tapas voor. De ruime bar met zijn zwartwitte vloer en houten lambriseringen wordt altijd druk bezocht. Juan Carlos, voor bekenden Juanco, werkt hier al minstens dertig jaar. Sinds zijn veertiende. Hij is de steun en toeverlaat van eigenaar Vitín en zijn vrouw Luisa.

Hotel El Clavo was het eerste grote hotel dat rond 1940 in Valencia de Alcántara werd gebouwd de grensstad waar we in 2005 ons leven op het Iberische schiereiland zijn begonnen en we komen er nog wekelijks op maandag voor de markt en onze vrienden. Portugal en Spanje zijn hier één. Portiñol wordt er gesproken: een mix van Spaans en Portugees.

Het was een rijke, bruisende grensstad waar geldwisselaars, veehouders, handelaren en smokkelaars de dienst uitmaakten. Na Franco’s dood in de jaren zeventig en toetreding tot de EU door Spanje en Portugal was alle lucratieve handel verdwenen.

El Clavo werd in die tijd door iedereen als kantoor gebruikt. Handjeklap, geld wisselen achterin de eetzaal en “netwerken”. De oprichter en vader van Vitín was naast hotelier ook een vermaarde fokker van vechtstieren. Enig kind Vitín zat op kostschool in Cáceres bij de Jezuïeten. Een opleiding waar hij trots op is; naast het feit dat hij het hotel-restaurant mag runnen van zijn vader waarbij hij gelukkig kan teren op de oude glorie en de familie onder aanvoering van Vitin, doet alsof de glorie er nog is. Moeder zwaait nog altijd de scepter in de keuken. Vader El Guapo zelf doet weinig meer. Hij is ziekelijk. Toch verschijnt hij iedere ochtend rond tien uur keurig gekleed, wel op sloffen, bij de bar waar Juanco hem zijn ontbijt serveert. Een café con leche, wel descafeinado, een vers geperste jus en een fabrieksdonut. Iedere keer als ik met hem praat ben ik gefascineerd door zijn gezicht en snap goed waarom hij de bijnaam El Guapo – de knappe – heeft en ook dat zoon Vitín die naam niet gaat erven. Gelukkig heeft hij wel humor en zelfspot. De rustige Luisa past goed bij hem. Ik ontdekte dat er bij haar altijd een mondhoek omhoog gaat als ze Vitin bezig ziet.

Meestal blijven we op maandag lunchen in het restaurant. Moeder kookt een menuutje voor € 7,50. De tafel is gedekt met linnen en mooie wijnglazen en Vitín is degene die bedient. Met internationale allure. Eerst brengt hij brood, wijn en water. Even later komt hij terug en staat ons met rechte rug streng aan te kijken. Hij draagt altijd een grijze broek, grijs vest met het onderste knoopje los, een spierwit overhemd en stropdas en zijn golvende zwarte haar is met brillantine naar achteren gekamd. Wanneer we eindelijk onze monden houden en hem vragend aankijken, steekt hij van wal. In een ongekend tempo dreunt hij uit zijn hoofd met intense duende het menu op. Eerst twaalf voorgerechten. Dan twaalf hoofdgerechten: lomo de cerdo a la plancha, bistec de ternera a la plancha, escalope de cerdo, pollo en salsa , sepia a la plancha, huevos clavaos, cordero a la moda El Clavo, bacalao a la plancha o Romana en meer. Hij performed als een waarachtige toneelspeler. Ik vang de blik van Luisa. Haar lachje verschijnt. Vitín viert het leven. En wij ook.

En dat gaat als volgt, klik op de link:

Vitin

Liesbeth Steur

 

 

 

 

 

Plaats een reactie